Bijengezondheid

 

 

Elke winter sneuvelen er wel bijenvolken. Voor 1980 was dat zo'n 5%. Met de komst van de varroamijt tijdens de jaren tachtig van de vorige eeuw, hield men rekening met 10 a 17% bijensterfte na de winter. Maar vanaf 1994 komen in Europa regelmatig wintersterfte voor van 30%. Dit is dramatisch maar het betekent niet dat men geen bijen meer kan houden. De imker dient ervoor te zorgen dat de bijen voldoende voedsel (lees: nectar en stuifmeel) kunnen vinden, ze goed behandelt tegen de varroamijt en alleen met sterke volken de winter ingaat.
De Verenigde Staten hebben nog meer te lijden dan Europa. In sommige streken van de VS verloren de imkers in 2006 gemiddeld 73% van hun bijenvolken. Terwijl men het in Europa over de verdwijnziekte heeft spreekt men in de VS over Colony Collapse Disorder (CCD), de instorting van bijenvolken.

Ogenschijnlijk gezonde bijenvolken zijn binnen enkele weken tijd volledig verlaten, vaak nog voor de winter intreedt. Ook resulteert de verdwijnziekte in het plotseling verdwijnen van het complete bijenvolk uit de kast in de winter maanden. Rond begin december 2003 was er sprake van spoorloos verdwijnen van bijen uit kasten in Ugchelen, terwijl de wintervoorraad Nektapol nog compleet verzegeld aanwezig was. Vaak zijn er geen dode bijen in de kast. De kasten zonder bijen worden niet beroofd, zelfs niet als er nog gezonden bijenvolken in de omgeving aanwezig zijn. Wasmotten en het bijenkevertje nemen geen bezit van de raten. Ze mijden het alsof de verlaten bijenwoning besmet zijn.

Enkele redenen voor de massale bijensterfte kunnen zijn:

  • Bijenziekten waaronder de opmars van de Varroamijt,
  • Achteruitgang van de biodiversiteit, Introductie van de monoculturen,
  • De wereldmarkt van bijenkoninginnen, waardoor genen van bijen die niet aan lokale omstandigheden zijn aangepast worden geïntroduceerd,
  • Gebrek aan zuiver drinkwater door klimaatveranderingen en vervuiling,
  • De imkervergrijzing, de gemiddelde Nederlandse bijenhouder is zestig jaar oud,
  • Toename van straling (electrosmog) door mobile telefoons, UMTS zendmasten,
  • Toegenomen gebruik van (neonicotine) insecticiden.


  
Bijen zijn complexe organismen, dit maakt het niet eenvoudig de ware toedracht van de bijensterfte te achterhalen. Blijkbaar is het onmogelijk een enkele oorzaak aan te duiden, er zijn namelijk meerdere spelers in het spel. We hebben de voornaamste eens op een rijtje gezet.


Varroamijt

De grote plaag van de bijenteelt is de varroamijt, een klein, achtpotig diertje. Tijdens de jaren 1980

overspoelde deze parasiet België en Nederland. Sindsdien is geen enkel bijenvolk in de lage landen vrij van varroa. De imker ziet zich verplicht zijn bijenvolken te behandelen, wil hij ze behouden. Overleving 'in het wild' is nauwelijks mogelijk.
Rond augustus neemt het besmettingspercentage van de mijten in het broed sterk toe. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de mijtpopulatie gegroeid is, maar ook doordat het broednest kleiner wordt. Dit leidt ertoe dat een steeds groter deel van het broed besmet is met varroa. En dit valt precies met de vorming van de winterbijen. Daarom moet de varroa voor 1 september bestreden zijn. Gebeurd dit niet dan overwintert het virus op de bijen en vormt het in het volgende bijenjaar een bedreiging.
Varroamijten volgen de bijenlarve tot in haar cel, en zuigen er haar 'hemolymfe' (bloed) op. Met een enkele parasiterende mijt verliest een bijenlarve al 5 a 10% gewicht! Ook bij volwassen bijen zuigt de varroa hemolymfe op. De wonden zijn wijd open deuren voor ziekteverwekkende bacteriën, virussen en schimmels. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat honingbijen, ook de gezonde, overal zwaar gebukt gaan onder tal van ziektekiemen.

Aanvankelijk leefde de varroamijt samen met Apis cerana, de Aziatische bij, zonder dat deze grote hinder ondervond. De mens heeft echter Apis mellifera, de Europese honingbij, in het leefgebied van de Aziatische bij binnengebracht. Met als resultaat dat varroa ook bij de Europese honingbij ging inwonen. Helaas had de Europese bij heel wat minder verweer tegen de parasiet dan zijn Aziatische neef.

Scheikundige geneesmiddelen leiden vrij gemakkelijk tot resistentie van de mijten. Bovendien verzwakken ze de koningin en onderdrukken ze de spermaproductie van darren. Tegenwoordig probeert men de varroa te bestrijding met meer biologische middelen zoals thymol, dat etherische oliën van tijm bevat.


Verstoring van organisme

In ons welvarende Westen leven bijen in een milieu dat doordrenkt is met een cocktail aan scheikundige stoffen
Dit is niet alleen te wijten aan de landbouw en onze vervuilende industrie en wagens. Ook gewone burgers willen vaak een kraaknet tuintje zonder enig sprietje onkruid. En ontzien daarbij de gifspuit niet. Bijen nemen bovendien gemakkelijk scheikundige stoffen op. Vooral in de wasraten kunnen gifstoffen jarenlang opgestapeld blijven, onder meer ook de medicamenten tegen varroa. De conditie van de bijen lijdt hier onmiskenbaar onder.


Karig voedselaanbod door monocultuur

Een andere grote oorzaak is het gebrek aan bloemen, de voedingsbron voor bijen. Menig imker in de lage landen denkt met heimwee terug aan de heerlijke tijden- toen tarwevelden prachtig gekleurd werden met wonderblauwe korenbloemen, of de weiden gezegend waren met een menigte paardenbloemen. Maar verplicht om mee te doen met de race naar grootschaligheid en efficiëntie, moet een weide tegenwoordig in de eerste plaats gras leveren en een korenveld granen. Elke teelt is een keurige monocultuur geworden. Daardoor is het platteland voor bijen veelal een woestijn van gras, groenten en granen. Het karige voedselaanbod leidt tot een sluipende ondervoeding en verzwakt de bijen. Als imker dien je dus na te gaan of er in de omgeving van je bijenkasten voldoende voedsel te vinden is.

 

Vooral op het platteland zijn door intensivering van de landbouw de foerageergebieden voor bijen de laatste 60 jaar sterk afgenomen. In de stad is het tegenovergestelde het geval. Door de sterke toenamen van openbaar groen en privétuinen is in ons land de stad een van de betere drachtgebieden.


Pesticiden en medicamenten

Vooral in het verleden heeft de landbouw rijkelijk pesticiden gesproeid, stoffen die gericht planten, insecten of schimmels doden. Tegenwoordig is men zich meer bewust van de schadelijke effecten, ook voor bijen. Daarom krijgen landbouwers een strikte gebruiksaanwijzing mee met hun pesticiden: niet spuiten tijdens de bloei, en dergelijke.

Mobiele telefonie (electrosmog)

Bijen gebruiken elektromagnetische velden en subtiele veranderingen/verschillen in het aardse zwaartekrachtveld om te navigeren. Zodra je de intercellulaire communicatie onderbreekt kan de bij zijn korf niet meer terugvinden en zal hij sterven. Recent onderzoek maakt echter duidelijk dat mobiele telefonie waarschijnlijk de oorzaak van het uitsterven van de bijen en daaruit volgende voedseltekorten is. De theorie is dat elektromagnetische straling, die mobiele telefonie mogelijk maakt, het navigatiesysteem van de bijen beïnvloedt, waardoor ze de weg terug naar hun korven niet meer weten te vinden. Volgens een onderzoeker geeft de stress die het mobiele signaal heeft op de bijenvolken, waardoor het uitzwermsignaal wordt getriggerd, dramatische consequenties in termen van het verlies van bijenvolken.


Stressfactoren

Deze factoren verzwakken de bijen dusdanig dat een kleine extra stress volstaat om hen te gronde te richten. Hierbij valt te denken aan de voor genoemde factoren alsmede: Nosema, de Wasmot, de tracheemijt, schimmels, de kleine bijenkastkever. Ook klimaatverandering kan het de bijen lastiger maken. Veel factoren versterken elkaar, niet alleen scheikundige stoffen. Zo vormt varroa samen met een bepaald virus en bacterie een uiterst dodelijke cocktail.



Voorkomen van ziekten

Wat doet de bij ?

Om te voorkomen dat ziektekiemen vat krijgen op de bijen worden er heel wat maatregelen genomen. De meest daarvan gebeuren door de bijen zelf waaronder:

  • Broedtrekken. Werksters die constateren dat een larve of pop niet goed is, kunnen de larve opruimen. Ze openen de cel en voeren de larve/pop af. Interessant is om hierbij te vermelden dat de eigenschappen voor het openen en het opruimen van het geopende broed op verschillende genen liggen. Hierdoor kan het gebeuren dat cellen wel geopend worden maar niet worden opgeruimd en zelfs opnieuw worden gesloten.
  • De bijen verzamelen propolis. Veelvuldig toegepast als natuurgeneesmiddel. Propolis is een kleefachtig materiaal waarmee kieren en gaatjes dichtgekit worden. Ook kan het worden gebruikt om 'vreemd' materiaal in de kast in te kapselen. Propolis heeft een antibacteriële, antivirale en antifungische werking. De samenstelling ervan verschilt regionaal.
  • Bij het verzamelen van nectar filteren haartjes van het maagdarmportier (proventriculus) de inhoud van de honingmaag. De inhoud van de honingmaag wordt zo binnen15 minuten steriel gemaakt.
  • Wanneer de nectar als honing wordt opgeslagen heeft de hoge suikerconcentratie een conserverende werking. Tevens ontstaan in de voorraad de stoffen glyconzuur en waterstofperoxide (kleine hoeveelheden). Ook deze stoffen hebben desinfecterende waarde.
  • Bij het bewaren van stuifmeel vergist en verzuurt de voorraad in lichte mate. Dit heeft een zuiverende werking. Het stuifmeel wordt tevens afgesloten van zuurstof bewaard.
  • In het bijenlichaam vinden allerlei reacties plaats die een rol spelen bij de immuniteit van de bij. Zo maakt de bij verschillende aspecifieke antilichamen. Tevens produceert ze een batterij aan eiwitten die een rol kunnen spelen bij de immuniteit. Sommige van deze eiwitten zijn ook terug te vinden in koninginnengelei.

 

Wat doet de imker ?

Imkers kunnen veel doen om bij te dragen aan het voorkomen van bijenziektes in hun bijenvolken waaronder:  

  • De imker respecteert het evenwicht in de kast. Kijken in de volken is mooi en interessant echter, het is ook een grote verstoring van de rust in de kast. De imker kijkt dus niet onnodig veel in de kast.
  • Sterke volken telen. De imker teelt door met het sterkste en beste materiaal dat hij heeft. Hij kan hiermee de eigenschappen van de volken sterk beïnvloeden. Goed selecteren is echter een kunst.
  • De imker zorgt voor een gevarieerd en kwalitatief stuifmeelaanbod. Stuifmeel is de kracht van een volk. Vele kilo's zijn er nodig om in het voorjaar een volk te laten groeien tot 20 ramen bijen. De imker laat in het najaar de bijen op allerlei groenbemesters vliegen (o.a phacelia, gele mosterd en boekweit zijn geschikt).
  • Niet teveel volken op een plaats. Vaak wordt melding gemaakt van het aantal van 10 volken op een stand. Het aantal volken dat de imker op zijn stand kan houden hangt vooral af van de drachtomstandigheden rondom de bijenstand. Is er een uitstekende dracht dan kunnen er waarschijnlijk veel meer dan 10 volken op een stand staan. 
  • Goede ontsmetting van materialen.De imker werkt zorgvuldig en proper en voorkomt onnodige besmetting van materialen.
  • Raatvernieuwing. De imker laat de bijen flink bouwen. Het volk blijft actief, hij heeft schone raat ter beschikking en voorkomt dat vervuilde was een risico vormt voor de bijengezondheid.
  • De imker ruimt zwakke en verdachte volken op. Zij lopen meer risico om ziek te worden.
  • De imker doet aan kennisoverdracht door het geven van cursussen.


Wat kunt u doen als burger ?

  • Plant bijen- en vlinderplanten in je tuin. Enkele klassiekers voor de siertuin: krokus, sneeuwklokje, lavendel, dopheide, hemelsleutel, zonnebloem. Is je tuin te klein of heb je er geen? Bijenplanten passen ook in bloembakken. Zo zijn de meeste kruiden superleveranciers van nectar: tijm, rozemarijn, salie, munt, citroenmelisse.
  • Laat de natuur zijn gang gaan in een stukje 'reservaat' in je tuin. Dovenetel, hondsdraf, vingerhoedskruid zullen er bijen en andere insecten verwennen.
  • Zaai een lapje grond in met een klaversoort, Phacelia of boekweit. Het zijn tevens uitstekende groenbemesters.
  • Plant nectar- en stuifmeelrijke struiken en bomen: linde, wilg, meidoorn, kornoelje, lijsterbes, sleedoorn, hibiscus... Iets eetbaars kan natuurlijk ook: appel, peer, kers, kruisbes, aalbes, pruim, perzik, tamme kastanje, hazelnoot.
  • Laat de natuur voor een deel je gazon beheren en geniet van witte klaver, paardenbloem, ereprijs en wat mos.
  • Naast honingbijen behoren ook hommels en solitaire bijen tot de bijenfamilie. Deze laatste hebben ook grote nood aan een overwinteringplaats. Hang een bussel holle takjes met een variërende dikte (bamboe, vlier of iets anders) op. Of laat de dorre struiken tijdens de winter staan, bijen kunnen er een onderkomen vinden.
  • Houd je tuin gifvrij!

 


En verder

In een bijenvriendelijke landbouw wordt het gebruik van pesticiden zoveel mogelijk vermeden. De zuivere monocultuur is er doorbroken met lapjes natuur: een rand met wat bloemen, een heg of houtkant, weiden waar wilde planten en broedvogels een kans krijgen. Tussen de eenjarige gewassen kunnen bomen of struiken aangeplant worden, die ook hun nut hebben: hout en vruchten. Parken en bedrijfsterreinen worden  natuurlijk beheerd, zonder pesticiden en wegbermen moeten een kans krijgen. Onderzoekers dienen op zoek te gaan naar weerbare bijenrassen, die beter kunnen samenleven met varroa. En die rassen bestaan, al zijn ze misschien minder productief.