Product Bijenwas

 


Product De geneeskundige werking van bijenwas wordt hier niet besproken. Alles hierover kunt u vinden in het artikel: bijengeneeskunde.    

Zuivere bijenwas wordt al eeuwen door de mensen als een waardevol product beschouwd en door hen voor verschillende toepassingen gebruikt.

Bijen hebben aan de onderkant van het achterlijf vier paar wasklieren. Als er was nodig is om te bouwen scheiden de wasklieren vet af, dat stolt tot een klein wasplaatje. Deze wasplaatjes worden door de bijen gebruikt om onder andere raat mee te bouwen. Deze raten zijn zeskantige cellen en dienen als kraamkamer en opslagruimte voor bijenvoedsel. De cellen worden desgewenst d.m.v. celdeksels door de bijen dichtgemaakt. De celdeksels van cellen waar honing in wordt opgeslagen maken de bijen luchtdicht d.m.v. puur bijenwas. De cellen waarin zich de verpopte larven bevinden hebben celdeksels, die door de bijen poreus zijn gemaakt en zodoende luchtdoorlatend zijn. In deze cellen verloopt zich de ontwikkeling van ei tot bij. De imker kan de bijenwas oogsten door oud geworden raat en de zegels van de raten met honing om te smelten. Bijenwas wordt voor vele doeleinden gebruikt.
Bijenwas is een kostbaar goedje Bijen moeten in bepaalde gevallen heel veel stuifmeel en honing consumeren om de was te kunnen afscheiden oftewel uitzweten.

Bijenwas beschikt over talrijke en unieke kwaliteiten. Tot nu toe is het onmogelijk gebleken om bijenwas met dezelfde kwaliteitseigenschappen langs synthetische weg na te maken. Chemisch beschouwd is bijenwas een complex geheel van organische verbindingen, bestaande uit koolstof, waterstof, zuurstof en kleine hoeveelheid stikstof. Samen zijn ze bij ons meer bekend als, verzadigde koolwaterstoffen, organische zuren, alcoholen, en een klein percentage andere stoffen waar onder pigmenten, propolis. Eigenlijk kunnen we bijenwas nog het best omschrijven als een stof dat opgebouwd is uit, esters, gevormd uit een alcohol en een vetzuur.

In bijenwas onderscheiden we enkele belangrijke esters:

  • Myricine (myricylpalmitaat) vormt het hoofd bestanddeel, zo’n 71 tot 76% van de bijenwas. Deze witte, smaakloze stof smelt bij 72ºC en lost op in benzine
  • Cerine (11-12%) bestaat vooral uit cerotinezuur en lost op in kokende alcohol


Natuurkundige eigenschappen van bijenwas zijn:

  • Bijenwas is in koude toestand een korrelig brekende en brosse massa, maar het is sterk genoeg om enkele kilogrammen honing te dragen. Bij een temperatuur van ca. 35ºC wordt de was soepel en goed kneedbaar
  • Het smeltpunt van zuivere was (bijv. zegelwas*) ligt tussen de 64ºC en 65ºC. Oude raat smelt bij een iets hogere temperatuur. Het smeltpunt is beïnvloedbaar door de aanwezigheid van onzuiverheden. De harsen die in bijenwas kunnen voorkomen, doen het smeltpunt 1 tot 2ºC dalen
  • De dichtheid van bijenwas is ca. 0,96. Het is dus lichter dan water. De dichtheid wordt groter bij lagere temperaturen. Dit betekent dat bijenwas bij lagere temperaturen (dus ook bij stolling) zal krimpen
  • Was is een zeer slechte warmtegeleider, dus een goede isolator. Het isoleert veel beter dan rubber of hars
  • De kleur van bijenwas kan variëren van (licht) geel tot beige of bruin. De geur herinnert aan die van honing. De smaak is kruidig. Bij herhaaldelijk smelten of bleken van de was, verzwakken geur en smaak, de dichtheid zal oplopen en de was wordt brosser


Heden ten dage wordt bijenwas in zuivere vorm en/of gemengd met andere stoffen onder andere toegepast in de industriële, religieuze, artistieke, medische, en farmaceutische sectoren. Bijenwas wordt ook vaak gebruikt om snoepjes, dropjes e.d. te glanzen. Jaarlijks importeert West-Europa duizenden tonnen bijenwas uit vrijwel alle continenten van de wereld. Bijenwas is ook wel bekend onder E901. E-nummers zijn door de Europese Unie goedgekeurde hulpstoffen om de eigenschappen van levensmiddelen te veranderen.

De grootste vijanden voor de bijenwas zijn de wasmotten. In onze streken komen 2 soorten wasmotten voor, t.w. de kleine wasmot (Achroia grisella Frabricius) en de grote wasmot (Galleria mellonella). Het vrouwtje van de wasmot legt na de paring 400 tot 1800 eitjes in de verborgen hoekjes en gaten van de bijenkast en raten. Na een tiental dagen worden de witte of gelige larfjes geboren. Zij boren zich in de raat en vreten zowat alles aan wat zij vooral aan was op hun weg vinden. Uit de kopklieren scheiden ze een vloeistof af waarmee ze kleine, klevende webben spinnen. De raat wordt door de gangen, die door de wasmot larven zijn uitgevreten vaak onherstelbaar tot geheel compleet vernield. De meest toegepaste en (waarschijnlijk) effectiefste methode om de wasmotten te bestrijden is d.m.v. ijsazijn. Dit is eigenlijk gewoon geconcentreerd technisch azijnzuur, gewoonlijk verkrijgbaar bij apotheek of drogist.

Wasbehandeling
Oude raten en wild gebouwde raten waar nog darrenbroed in zit kun je eerst door de koolmezen laten schoonmaken. Enige dagen buiten onder een afdakje laten hangen is voldoende
De was wordt uit de raten gesmolten in een (zonne)wassmelter en vervolgens in plakken van 2 tot 3 cm dik in een roestvrijstalen cakeblik opgevangen. De plakken worden een nacht in een emmer met regenwater gezet, geen kraanwater ivm. kans op verzepen door de aanwezige kalk in het kraanwater, zodat alle honingresten oplossen.
De was wordt vervolgens nogmaals in de wassmelter gesmolten en schoon opgevangen. Per kast kan dit 1,2 Kg was per jaar opleveren.

Kaarsen maken
Van het gesmolten raad kun je uitstekende kaarsen maken. De gesmolten was is uitstekend te saven in een oude nylonkous.