Historie

 

Aan het begin van de 20e eeuw was er in Haaksbergen op veel boerenerven wel een onderkomen te vinden waar een aantal korven waren geplaatst. De mensen hadden de bijen niet alleen voor het plezier maar zeker ook om het geldelijk gewin. De korven, waarin de bijen veelal waren gehuisvest, werden door de imker zelf vervaardigd van roggestro of buntgras. Dit materiaal had men immers volop voorhanden. De imkers waren niet georganiseerd en de kennis en kunde van het imkeren ging veelal van vader op zoon en werd toentertijd nog in sommige plaatsen aangevuld door een een rijksbijenteeltconsulent, de zogenaamde wandelleraar.
Deze leraar, de heer L. van Giersbergen die in dienst was van de overheid, werd uitgenodigd door de Overijsselsche Maatschappij van Landbouw, afdeling Gelderland-Overijssel om lezingen, theorie- en praktijklessen hier in de regio te verzorgen. Er werd niet alleen voorlichting gegeven, er werden tevens pogingen ondernomen om een plaatselijke bijenvereniging op te richten.
Deze voorlichting sloeg zo aan bij de toehoorders in Haaksbergen dat als eerste de heer S. Frankenhuis zich in 1905 aanmeldde als lid van de Vereniging tot bevordering der Bijenteelt in Nederland, kortweg de VBBN. Deze nog jonge landelijke vereniging was in 1897 opgericht. Deze VBBN was in eerste instantie opgericht om gezamenlijk tegen een voordelige prijs suiker in te kopen. Deze vereniging groeide uit tot een vereniging van velen met als voornaamste doelstelling het winnen van honing, het laten bestuiven van de vruchtbomen en de gezamenlijke inkoop van suiker.

 

1906 de oprichting
Op 13 december 1906 is de heer L. van Giersbergen wederom in Haaksbergen en zoals blijkt uit het verslag van de Dorpslandbouwvereniging is de animo onder de imkers wederom groot. De Hr. L. van Giersbergen zal tijdens deze zitting de aanwezigen hebben aangemoedigd zich te verenigen. Het is dan nog een kleine stap tot het overgaan tot het oprichten van een bijenvereniging.
Op 29 december 1906 is het dan een feit. ‘De Heidebloem’ werd opgericht.

 

Het Huishoudelijk reglement van De Heidebloem uit 1906 kunt u hier vinden.

Uit het verenigingsblad VBBN 1906
De bijenhoudervereniging afdeling Haaksbergen wordt op 29 december 1906 opgericht en de Heer S. Frankenhuis is de eerste secretaris. De naam van de vereniging is “Heidebloempje”
Al gauw melden zich de volgende personen om ook lid te worden van de vereniging en vanaf nu is “De Heidebloem” een feit. De nieuw ingeschrevenen zijn: H. ten Asbroek, J.W. Becks, J.H. Klein Brunsink, G.J. Bloemen, J. ten Broeken, H.J. Dievelaar, H. Eijsink, J. Hemink, D.B.H. Jordaan, H.J. Koldeweij, J.H. Keizer, H. Leppink, J. Leppink, G. Molenveld, H.W. van Sark, H. Scholten Laakmos, W. Straatman, G. Asbreuk, A. Asbreuk, H. Weijlens, J.A. van Hummel, D. Scheggertman, A.J. Pasman, H. Hilderink, H.W. van Hummel, G.J. Wientjes, allen te Haaksbergen; G.J. Vossebelt, A.J. Weijlens, te Hengelo. Uit de statuten van de VBBN blijkt dat deze vereniging aan het eind van 1906 reeds 2046 leden had ingeschreven.  

De vereniging zit niet stil en de activiteiten volgen elkaar in een snel tempo op. Een activiteit die wordt georganiseerd in 1908 is een wedstrijd in het korfvlechten van een Lunenburger korf. Ook in de gemeente Haaksbergen blijven de vele activiteiten niet onopgemerkt. Nieuwsgierig worden de activiteiten van de collega imkers gadegeslagen en dat resulteert vaak in een lidmaatschap van ‘De Heidebloem’.


 

 

De jaren 1910 tot 1920

In 1910 imkerde men in haaksbergen niet alleen met de korf maar heeft de losse bouw ook zijn intrede gedaan. Het betreft hier niet alleen de Gravenhorster boogkorf en de mobielkorf “Twenthe”, maar ook al simplex kasten.
Midden 1911 telde de vereniging 52 leden met een totaal van ongeveer 300 volken en worden er cursussen gegeven in bijenteelt en in korfvlechten. Boeiend zijn ook de excursies die men in deze periode in verenigingsverband maakt langs de stallen van de leden van de vereniging. Men onderneemt deze fietstochten onder begeleiding van de wandelleraar (rijksbijenteeltconsulent).  Er wordt dan niet alleen gekeken naar alle moois wat er te zien is maar de imker, waar men op dat moment te gast is, dient ook uitleg te geven over zijn imkerbedrijf. Zaken die aan de orde komen zijn de bouw van de stal, het type kast of korf, de imkermethode, netheid, hygiëne, honingverwerking, enz.


 

Drachtverbetering is een verschijnsel van alle tijden. De imkervereniging “De Heidebloem” heeft zich al bijna vanaf het begin van haar bestaan ingezet voor drachtverbetering. De hierbij behorende acties zijn niet alleen het aanplanten van bomen die een goede dracht opleveren, het aankloppen bij de gemeente voor drachtverbetering, maar men ging ook over tot het inzaaien van proefveldjes. De proef met de phacelia in 1911 is goed gelukt en men is zeer tevreden over de plant als drachtplant. In de vorige eeuw zijn meerdere drachtplanten in proefakkers uitgeprobeerd op hun kwaliteiten en vervolgens zijn ze na niet al te lange tijd ook weer van het toneel verdwenen. Jarenlang hebben we ze niet ingezaaid voor de drachtverbetering. Tegenwoordig worden ze weer steeds vaker toegepast

De Heer S. Frankenhuis is op zijn stand in 1913 al driftig bezig met de koninginneteelt. Hij ziet in dat de korfteelt een afgaande zaak is en dat niet alleen, de koninginneteelt wordt een essentieel onderdeel van de bijenteelt. Veel technieken zijn met de vaste bouw niet of nauwelijks te realiseren. Wil je goed resultaat behalen met de imkerij dan zal het roer om moeten en de korven moeten vervangen worden door de kasten en men zal aan rasverbetering moeten doen. Voordat hij hiermee naar buiten treedt heeft hij al het nodige op zijn stand uitgeprobeerd en in de praktijk gebracht. Ook in 1913 zag de Heer S. Frankenhuis al in dat een der beste methoden om goede moers te verkrijgen, is en blijft: een gezond, goed en krachtig volk met alle eigenschappen, die wij aan een goed volk stellen, te laten zwermen. Want in de zwermcel, langs natuurlijken weg verkregen, vinden wij alle goede en kwade eigenschappen terug, die het volk door afstamming eigen is

Een activiteit die binnen de vereniging heel lang heeft standgehouden is het centraal bestellen van imkerbenodigdheden tijdens een bijeenkomst. De Heer Frankenhuis, een echte zakenman, lette hierbij vooral op kwaliteit en prijs.  Deze actie, het gezamenlijk inkopen van imkerbenodigdheden, heeft nog plaatsgevonden tot in de jaren 1980. Tegenwoordig worden alleen de wintervoorraad en de bestrijdingsmiddelen tegen de varroamijt gezamenlijk ingekocht.

 

De jaren 1920 tot 1940

Vanaf het jaar 1920 gebeuren er geen bijzondere dingen. De vereniging is actief bezig en heeft een jaarlijks vast programma. Er worden jaarlijks lezingen georganiseerd en vaak wordt er jaarlijks ook iemand uitgenodigd om de praktische kennis bij te scholen. Voorts worden naast de algemene jaarvergadering nog een tweetal vergaderingen in de loop van het jaar georganiseerd. In deze vergaderingen komen de vaste punten op de agenda voor zoals wie de vereniging vertegenwoordigd op de algemene ledenvergadering te Utrecht en worden de personen aangewezen die zitting hebben in de kascommissie. Telkens kom je dezelfde namen tegen die bij allerlei activiteiten betrokken zijn.
Iets wat de vereniging al heel lang wenst te doen is het maken van een dagtocht. Nadat dit al meerdere keren door de leden is voorgesteld organiseert men de eerste dagtocht met autobus op zaterdag 25 mei 1935. Het reisdoel is nog niet zo ver van huis en men maakt een excursie langs meerdere bijenstanden in Gelderland.
In 1936 voegt men een nieuw onderdeel aan de vergaderingen toe, namelijk de verloting. De eerste verloting is weliswaar een gratis verloting waarvoor prijzen tot een waarde van ongeveer f13,-- beschikbaar waren gesteld. Tot op heden (2012) vind de loting nog steeds plaats bij de jaarvergaderingen.
Het met elkaar op stap gaan is goed bevallen en in 1937 heeft men als reisdoel de keuze uit de Wieringermeer of bijenstanden op de heide op de Veluwe. De Wieringermeer verdient de voorkeur en zo gebeurt het dat men begin juli afreist naar dit reisdoel.
De alom bekende Bijenmarkt te Zenderen krijgt bij “De Heidebloem” voor het eerst aandacht in 1938. Om aan deze markt enige bekendheid te geven zullen er aanplakbiljetten verspreid worden. Ook zal er via advertenties de nodige aandacht aan worden geschonken. In 1939 gaat de nu bijna jaarlijkse excursie met de leden naar “De Hoge Veluwe”. Tevens wil men dan een bezoek brengen aan de Bijenhuis te Wageningen en Burgers Dierenpark te Arnhem.
Een ander onderwerp dat met imkeren te maken heeft is de zorg voor een goede drachtweide. Men wil het belang van een goede dracht voor de bijen in het jaar 1939 kenbaar maken bij de Besturen van de Waterschappen en de Gemeente.  

 

De jaren 1940 tot 1960
Uit de verslagen van de periode ’40 – ’45 is op geen enkele manier op te maken dat er een oorlog gaande is. Wel valt op dat het aantal leden met sprongen vooruit gaat tijdens deze periode. De vergaderingen worden goed bezocht en de vergadering van 2 maart 1944 wordt zelfs door 112 leden bezocht. Het kan ook zijn dat er zo veel mensen naar de vergadering zijn gekomen omdat er uitleg wordt geven over de levering van tabak en suiker. Producten die dan nog schaars zijn schijnen makkelijker verkrijgbaar te zijn als men lid is van een vereniging en de reden van het grote ledenbestand (1946 145 leden) schijnt hier mede verband te houden. Uit de ledenlijst is tevens op te maken dat de bijenstand van de Heer Lankheet aan de Buurserstraat geleden heeft onder het oorlogsgeweld en werd tijdens een bombardement vernield.

De oorlog is voorbij, Nederland herrijst en in 1946 bestaat “De Heidebloem” 40 jaar. Dit was voldoende reden om hier de nodige aandacht aan te besteden. Het 40 jarig bestaan van de Afd. Haaksbergen van de Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland werd feestelijk herdacht op Donderdag, 10 Oct. ’46 in Hotel H.W. Eijsink, Spoorstraat A207 te Haaksbergen. In totaal werd dit feest bezocht door 213 personen. Het jubileum is uitbundig gevierd en men kan er met een goed gevoel op terugzien. De jaren daarna verlopen erg rustig, met in het voorjaar in maart de algemene voorjaarsvergadering, totdat in 1949 de leden het jaarlijkse reisje weer oppakken.
Iedereen kan zo vanwege allerlei werkzaamheden maar niet verstek laten gaan. Veel leden hebben naast de bijen ook nog een boerderij. Om deze reden dient de reis gepland te worden in de rustige periode tussen het hooien en het roggemaaien. In 1951 maakt men voor het eerst met de vereniging een reisje naar het buitenland, het bijeninstituut in Münster is het reisdoel.

 

De jaren 1960 tot 1980
Het ledental is in 1965 teruggelopen tot 25 leden. Wat eens een zo actieve vereniging was is weinig meer van over, het hele verenigingsleven lijkt op een laag pitje komen te staan. Velen denken dat ze geen lid meer van de vereniging hoeven te zijn en zeggen het lidmaatschap dan ook op. De mensen kunnen ook wel met het reisje mee zonder het lidmaatschap van de vereniging.  De vergadering wordt ook niet meer in een horecagelegenheid gehouden. Voortaan wordt de vergadering gehouden bij de secretaris of penningmeester in huis. Dit kan ook heel goed want er komen niet meer dan 2 à 4 leden en het bestuur. Bestuursverkiezingen worden niet meer gehouden, de mensen die in het bestuur zitten blijven deelnemen in het bestuur. De bestuursleden komen op leeftijd en dat vindt zijn weerslag in het organiseren van activiteiten. Er wordt nog weinig ondernomen.
Met de vereniging gaat het snel achteruit. De prijs van de suiker wordt hoger, de afdracht aan de V.B.B.N. wordt verhoogd en men ziet het nut van het lidmaatschap niet meer zitten. In januari 1976 telt de vereniging nog 17 leden. De vereniging heeft een nieuw bestuur nodig. Aldus geschiede in 1979 en de heer Van Hummel wordt wegens zijn vele verdiensten voor de “De Heidebloem” benoemd tot ere-voorzitter van onze vereniging. Om de bijenvereniging meer bekendheid naar buiten te geven wordt besloten om deel te nemen aan de Braderie Haaksbergen in juli 1980.

De jaren 1980 tot 1990

Op 3 juni 1980 wordt te Enschede de film vertoont die gaat over de Varroa-Mijtziekte. Men vindt dat iedereen op de hoogte moet zijn van de herkenning, de behandeling en de bestrijding van deze voor de gehele imkerij levensgevaarlijke ziekte. Tot het voorjaar 1983 kan er in Nederland op een vertrouwde manier worden geïmkerd. Men heeft de imkers al op allerlei manieren geïnformeerd over de niet te stuiten opmars van de Varroamijt en dat deze het imkeren totaal zal veranderen. In dat voorjaar zijn bij de eerste imkers in Haaksbergen, die de wasmul opstuurden, ook de varroamijten gevonden.

De afdeling Haaksbergen organiseert vanaf 1983 bijenbijpraatbijeenkomsten bij de leden in huis. De gastheer kan zijn stal laten zien en zijn ervaringen doorgeven aan de collega imkers. De verenigingsactiviteiten worden meestal bij café Morssinkhof georganiseerd.
In de heemtuin van het IVN, aan het Dievelaarslaantje, staat vanaf nu ook een bijenstal en daarin is plaats voor 3 kasten. In het gebouw worden ook wel eens verenigingsavonden gehouden maar erg in trek is dit onderkomen nog niet. Ondanks alle maatregelen blijven er in de regio veel volken dood gaan. Niet alleen door de varroamijt maar ook de nosema eist haar tol. Om alles eens goed op een rijtje te zetten wordt in het voorjaar 1986 door “De Heidebloem” in het IVN-gebouw een cursus “Varroa-bestrijdend imkeren” georganiseerd. Deze cursus is een van de weinige activiteiten die samen met de locale imkervereniging van de ABTB wordt georganiseerd. Een andere activiteit die ook samen met de bijenvereniging van de ABTB is georganiseerd is de bijenbijpraatmorgen, ook gehouden in het IVN gebouw voor het eerst gehouden in 1986.

Een imker waar we heel veel mee samenwerkten was Gerard Luttikhuis uit Oldenzaal. Een ervaren imker die al jaren imkerde met carnica’s. De carnica is een zachtaardige bij met veel goede eigenschappen. Eind jaren 80 vorige eeuw deed de Carnica haar intreden in Haaksbergen. Enthousiaste leden maakten extra materiaal dat nodig is bij de koninginneteelt zoals omlarfnaalden, koninginneteeltkastjes, starterkastjes, enz. Gerard was ook honingkeurmeester. Om de presentatie van een potje honing te verbeteren en om mee te kunnen doen aan de honingkeuring heeft hij voor onze afdeling ook een honingkeuring gedaan. Dit was een geslaagde activiteit en sindsdien deed een vaste groep mee aan de jaarlijkse honingkeuring van de Kring Overijssel-Oost. Later is men met de deelname gestopt omdat de animo hiervoor terugliep.

Het bestuur probeert op allerlei manieren wat te organiseren voor haar leden. Maar bij elk verenigingsgebeuren ziet men steeds dezelfde mensen. Om de andere leden ook bij het verenigingsleven te betrekken houdt men een enquête onder de leden. Die enquête heeft geleid tot het samenstellen van een geheel nieuw bestuur in 1987.
De uitslag van de enquête met betrekking tot wensen van de leden zag er als volgt uit;

 

  • Vergaderagenda. Er wordt naar behoefte vergaderd
  • Locatie bestuursvergadering. Bij de bestuursleden aan huis.
  • Bijenstal. Een te bouwen bijenstal naast de heemtuin van het IVN.
  • Slinger. De bestaande slinger is afgeschreven. Zoeken naar geld voor een nieuwe.
  • Ziektebestrijding. Er volgt een uitleg naar de leden toe in het IVN gebouw.
  • Rassenverbetering. Er volgt in het najaar een lezing over koninginneteelt.
  • Drachtplanten. In het voorjaar zaad van drachtplanten onder de leden.
  • Boomfeestdag. Wij willen graag een bijdrage leveren.
  • Nieuwsbrief. Een brief met activiteitenkalender en wetenswaardigheden.
  • Haaksbergen-800. Aan een braderie deelnemen.
  • Reizen.
  • Alarmcommissie. In het voorjaar en brief naar de politie.


De zaken waar de vereniging zich mee bezighoudt zijn tweeërlei. In eerste instantie houdt men zich bezig met zaken die direct met het bijenhouden en de wensen van de leden te maken hebben. Hier wordt de koninginneteelt, bijentuin in het Park Groot Scholtenhagen, drachtplanten in de plantsoenen en in het buitengebied, bijenbijpraatavonden, enz. Daarnaast wil men ook werken aan een stuk naamsbekendheid. De vereniging neemt deel aan allerlei activiteiten in het dorp zoals braderieën en jaarmarkten. Sommige activiteiten worden dit jaar ook samen met de plaatselijke imkervereniging van de ABTB georganiseerd.

De vereniging heeft in 1988 contact gezocht met het bestuur van het IVN over een nieuw te bouwen bijenstal in de heemtuin van het IVN. De stal wordt gepland op een stuk grond dat naast de heemtuin ligt en nog dienst doet als hooiland voor de kinderboerderij. Ook is het de bedoeling dat dit stuk grond met houtsingel bij de heemtuin wordt aangetrokken. In het najaar van 1988 wordt de eerste opzet voor een bijenstal in het bestuur besproken.
In het najaar worden er ook plannen gemaakt om in het volgend voorjaar een cursus voor beginnende imkers te organiseren. Ook bij Beheer en Onderhoud van de gemeente maken we onze wensen kenbaar. We zouden graag zien dat er bij de aanplant van het openbaar groen meer aan onze bijen wordt gedacht. De leden van “De Heidebloem” hebben de mening dat als er een plek vrijkomt waar een boom geplant kan worden dat meestal een eik wordt. We willen ook graag meer lindes, kersenbomen, esdoorns, elzen, wilgen, enzovoorts.
De vereniging heeft in 1988 ook een aantal werkgroepen gevormd waaronder: Koninginneteeltcommissie, Drachtplantencommissie, Commissie voorlichting, Reiscommissie, Bijenstalcommissie en de Ziektebestrijdingscommissie.

 

1990 bouw van de bijenstal
In het voorjaar van 1990 wordt begonnen met de bouw van de bijenstal in de tuin van het IVN gevolgd door de officiele opening op 16 juni 1990 en de eerste opendag op 24 juni 1990. In dit jaar wordt ook de eerste cursus “Basiscursus Beginners” gegeven aan 7 cursisten. De cursus blijkt een schot in de roos. Niet dat het aantal leden stijgt maar ook dat de nieuwe leden actief deelnemen aan de verenigingsactiviteiten. De nieuwe leden plaatsen hun kasten in de nieuwe stal waardoor het aantal bijeenkomsten in de stal hand over hand toeneemt. Ook wordt een reglement voor de stal opgesteld en een stalbeheerder aangesteld.
De vereniging maakt vanaf dit jaar meer gebruik van het Natuureducatief Centrum van het IVN met heemtuin. In het clubgebouw van het IVN houdt de vereniging haar verenigingsactiviteiten. De bijenstal biedt nu plaats aan 15 bijenkasten en hier worden ook de praktijklessen van de cursus voor “Beginnende imkers” verzorgd.

Het bijenbos

In 1998 wordt het idee opgepakt om in januari bij elkaar te komen op de Nieuwjaarsbrunch. Vele leden maken hiervan gebruik en de grote zaal van het IVN-gebouw was tot de laatste stoel bezet. Deze brunch is zo goed bevallen dat het een jaarlijks terugkerend evenement is geworden. Door de goede opzet van de cursus is het ledenbestand gegroeid naar 35 leden met een daadkrachtig bestuur. Het jaar 2000 werd een druk jaar voor de vereniging. Als vereniging beschikken wij nu over een bijenstal bij het IVN maar ook over een 4.5 hectare groot gebied aan de Groeneplasweg. In 1997 is een begin gemaakt met de inplant van allerlei soorten drachtplanten en bomen op het terrein tijdens de 40e Nationale Boomfeestdag. In 2000 worden er twee bijenstallen geplaatst voor in totaal 24 bijenvolken en ging dit gebied de geschiedenis in als het “Bijenbos” van Haaksbergen. In 2011 werd het plan opgevat om het Bijenbos een openbare functie te geven en werd het idee geopperd over te gaan tot de aanleg van een Bijenleerpad. Dit Bijenleerpad kan zowel door fietsers als door wandelaars worden bezocht. Het Bijenbos heeft zodoende een educatief karakter gekregen, vooral voor scholen en toeristen. Officieel werd het Bijenleerpad geopend in 2012, in het "Jaar van de Bij".

100 jarig bestaan van de vereniging
In 2006 is het 100 jaar geleden, dat de imkersvereniging "De Heidebloem" in Haaksbergen werd opgericht.
De leden wilden dit bijzondere jubileumjaar extra luister bijzetten en hebben gezocht naar iets van blijvende waarde voor de bevolking van Haaksbergen en de bezoekers van ons buitengebied.
Een van deze plannen omvatte het inzaaien van een perceel met een oppervlakte van meer dan 1 hectare gelegen langs de Buurserbeek waarmee nut en schoonheid van drachtplanten onder de aandacht gebracht kan worden. Ook werd dit jaar onze vereniging onderscheiden met de “Koninklijke Erepenning”.

Heden ten dage bestaat de vereniging uit 32 leden met een goed bestuur. Naast de jaarlijkse terugkerende nieuwjaarsbrunch, jaarvergadering en de opendag worden er cursussen, korfvlechtcursus, dagtochten, filmavonden, lezingen, informatieavonden en werkochtenden georganiseerd voor de leden en belangstellenden. Al met al na meer dan 100 jaar nog steeds een boeiende en actieve imkervereniging.

 



In het boekwerk “Eeuwverslag van de imkervereniging ‘De Heidebloem’ te Haaksbergen 1906 – 2006” wordt uitvoerig ingegaan op de historie van de vereniging.